Beelden leren lezen

Artikel
Auteur(s): 
Bert Pieters - Mediawijs

Julie Rodeyns is werkt gepassioneerd met Visual Thinking Strategies (VTS), een manier om stil te staan bij beelden en deze te interpreteren. Om er kritisch naar te kijken, maar ook om er plezier aan te beleven.

“Kijken naar beelden, naar de omgeving om je heen is essentieel voor mij. Ik denk dat we die vaardigheid te weinig gebruiken. Mede door ons onderwijssysteem dat heel erg op kennis is gericht.”

Wat houdt VTS precies in?

In het kort zou je kunnen zeggen dat het gaat om je tijd te nemen om naar beelden te kijken. Het is ook een didactische methode, met een bijna volledig uitgewerkt curriculum: voor lager, secundair en volwassenenonderwijs. Het is echt gebaseerd op de idee dat je kan groeien in het kijken. Met jonge kinderen start je op een basisniveau en het bouwt steeds verder op.

Is het een manier om kritisch te kijken?

Als je kijkt naar mediabeelden, draait het zeker om beeldkritiek: je leert hoe een beeld ineen zit en je leert dan ook aflezen of en hoe een foto getrukeerd is. Maar VTS wil vooral leren omgaan met de ambiguïteit van beelden. Veel beelden zijn moeilijk helder te interpreteren. Zeker bij kunst - waar VTS vaak op wordt toegepast - is de intentie van de kunstenaar soms flou. Veel kunstenaars willen hun betekenis niet delen met het publiek. Je bent dus nooit zeker van hetgeen je ziet. Als twee mensen goede argumenten hebben om een beeld anders te interpreteren, wie heeft dan ongelijk? Die complexiteit wil VTS aankaarten.

Zorg je dan niet voor meer twijfel?

Het is vooral de bedoeling dat je inziet dat je interpretatie van beelden gekleurd is door eigen kennis of waarden. In één van de VTS-discussies die ik begeleidde begon een man bij een het zien van een foto direct te interpreteren: we zitten in een buitenwijk van Amerika want ik zie die kledij, de bouwstijl toont aan dat… Terwijl iemand anders op basis van andere elementen dat helemaal kon onderuit halen. Dat is soms confronterend. Bij VTS is het niet de bedoeling om de waarheid achter een beeld te ontdekken, wel leren leven met de vaststelling dat jouw interpretatie gekleurd is. Bij kunst laat ik die vele interpretaties voor wat ze zijn. Het draait vooral om de visie van de toeschouwer. Bij mediabeelden geef ik meestal wel de context en de bedoeling van de maker mee.

VTS-discussies leven op als er veel meningen zijn. Is een diverse groep noodzakelijk?

Hoe diverser, hoe boeiender. Maar als VTS-begeleider heb je ook technieken om de discussie binnen een meer homogene groep aan te wakkeren. Die leer je met de jaren - of in de opleiding. Het moeilijkste is allicht om los te komen van je eigen interpretatie en die niet te willen opdringen aan de rest van de groep.

VTS is eigenlijk een talige methode.

Klopt. Maar iedereen iedereen ze toepassen. Het taalniveau is niet zo belangrijk. VTS wordt daarom ook regelmatig gebruikt als tool om nieuwkomers taalvaardigheden te leren. Je vertrekt immers vanuit een beeld. Mensen kunnen vervolgens zelf kiezen vanuit welke hoek of elementen ze hun inbreng vorm geven. Taalvaardigheid en beelden interpreteren zijn twee verschillende zaken. Je kan op een andere manier uitblinken.

Op welke beelden is VTS toepasbaar?

Op zich werkt het voor alles. Ook beelden die kinderen zelf gemaakt hebben. Ik kies vaker voor verwarrende en ambigue beelden omdat deze meer interpretatiemogelijkheden bieden. Al kan je ook verrast worden. Soms denk je: wat een banaal beeld. Maar dan slaagt de groep er net om er heel lang over te discussiëren.

Het werkt het best voor stilstaande beelden, zonder tekst. Als er ook tekst is, sta je te snel stil bij het narratieve en niet bij wat je ziet. Daarnaast is het vooral interessant om de discussie te voeren terwijl je het beeld ziet. Bij bewegend beeld is een beeld soms te snel weg om grondig te bespreken. Bij ‘live’ voorstellingen zoals dans, moet je dan weer stil blijven en kan je niet direct discussiëren.

VTS in een notendop

Bij VTS neem je de tijd om naar beelden te kijken en ze in groep te bediscussiëren. Drie vragen worden steeds gesteld.

1. Wat gebeurt er in dit beeld? (Vraag niet: wat zie je? Dan krijg je immers een opsomming. Je wil een verhaal om verbanden te zien)
2. Wat zie je waardoor je dit zegt? (Zo krijg je argumenten voor de interpretatie)
3. Wat gebeurt er nog meer? (Er is altijd meer te vinden)

Links

Lees meer over