Eerst zien en dan geloven? De bouwstenen!

Artikel
Auteur(s): 
Bert Pieters - Mediawijs

Een oefening voor kritisch en creatief beeldgebruik

Je vakantiefoto’s tonen hoe gezellig het was, reclamebeelden vertellen je hoe krachtig of gelukkig je zult worden als je een product koopt, een documentaire zet je al eens aan tot actie … Kortom: elk beeld vertelt wel een inzicht, een visie of zelfs een volledig verhaal. Al dan niet bewust - vertelt de fotograaf, de filmmaker, de kunstenaar over eigen gevoelens en ideeën.

Niet alleen wat iemand wil vertellen is belangrijk, ook de manier waarop. Hoe komt het dat je als kijker een verhaal gelooft? Waarom ben je plots geïnteresseerd of zelfs overtuigd? Waarom krijg je sympathie voor een bepaald personage?

Krachtige beelden zijn zo sterk omdat ze goed gemaakt zijn.

Beeldtaal heeft - net als een gesproken moedertaal - eigen kenmerken, eigen mechanismen. Een beeldmaker heeft een aantal middelen ter beschikking (een kader, licht …) waarmee hij zijn verhaal kan vertellen. Hoe deze worden ingezet, bepaalt mee de betekenis van een beeld. Het stuurt onze interpretatie in een bepaalde richting: we noemen dit de ‘bouwstenen’ van de beeldtaal.  

Dat is zo, zowel voor fictiebeelden, als voor non-fictie. Verschillende kleuren roepen verschillende emoties op, een close-up beeld schept intimiteit en muziek kan de spanning van een beeld verhogen.  Fotografen moeten op persconferenties vaak op een bepaalde plek staan, om het “beste shot” te krijgen voor de voorpagina. En bij documentaires kiezen de makers hoe het verhaal verteld moet worden en hoe jij het dus kunt begrijpen.

Bouwstenen herkennen opent deuren

Bouwstenen opspeuren, herkennen en ermee spelen leert ons veel.

  • Wanneer je de bouwstenen bewust en kritisch bekijkt, herken je sneller de bedoeling van de beeldmaker en doorprik je vlugger mogelijke manipulaties.  Dan doe je aan ‘begrijpend lezen’ van de beelden.
  • Wanneer je de bouwstenen zelf kunt toepassen, maak je je eigen beelden straffer en je eigen verhaal meer overtuigend.  Dan doe je aan ‘creatief schrijven’ van beelden.
  • Wanneer je inziet hoe de stroom van beelden om je heen samenhangt, zie je hoe ze je blik op de wereld mee bepalen.  Je kunt bewust reflecteren over wat ze mee normaal of abnormaal maken en wat jij daarvan vindt.

Het is volgens ons dan ook een taak van leerkrachten, ouders, educatief medewerkers en andere opvoeders om mensen van jongs af aan te laten oefenen met de bouwstenen.

Zes bouwstenen uitgelicht

Je kunt de bouwstenen op allerlei manieren indelen, opdelen, onder elkaar plaatsen, verfijnen, veralgemenen … Wij delen ze op in 6 hoofdbouwstenen.

Kadrage: je plaatst een kader rond je beelden, waarmee je bepaalt wat iemand wel of niet ziet en hoe opvallend iets in beeld komt. Dat is de meest essentiële keuze over wat er wel of niet in je verhaal mag en hoe centraal (letterlijk) je iets zet.

Perspectief: of de camera een beeld maakt uit de hoogte, ergens recht voor, van onderen, van opzij … De keuze voor het camerastandpunt bepaalt je houding tegenover wat op het beeld komt: neutraal, superieur, onderdanig, betrokken ...

Afstand: je kunt je beter inleven in de psychologie van de personages wanneer de camera hun gezicht dichter benadert.

Licht: waar het licht komt, gaat jouw aandacht naartoe.  Het licht bepaalt ook heel veel van de sfeer.

Montage: beelden worden niet altijd chronologisch getoond, ze worden met allerlei effecten bewerkt en heel vaak ontbreekt nog informatie. De keuze bij de montage en afwerking heeft daarom een grote impact op hoe ons brein een logica ziet in de beelden.

Beeldbewerking: achteraf kan je verschillende beeldelementen aanpassen, verwijderen of toevoegen. Je doet dit om het beeld te verbeteren of om de aandacht op een bepaald onderdeel te richten. Of - in sommige gevallen - om de waarheid te manipuleren.

Lees meer over