Welke competenties heb je nodig?

Artikel
Auteur(s): 

4 processen komen samen

Vier processen zijn verweven doorheen het verwerven van competenties in beeldgeletterdheid:

  • Expressie: je uitdrukken om te communiceren en in creatieve expressie;
  • Reflectie: je identiteit en burgerzin ontwikkelen (individueel en maatschappelijk bewustzijn) via verschillende media;
  • Personalisatie: je informatie en media eigen maken;
  • Socialisatie: je sociaal en cultureel ontwikkelen door netwerking en deelname aan de samenleving als autonoom en verantwoordelijk individu/burger.

Zo komen jongeren tot een reeks van 4 competenties, waarin telkens zowel kennis, vaardigheden als attitudes vervat zitten.

Competentie 1: Beelden verwerven en waarnemen

Waarnemen is een zintuiglijke activiteit – in vele gevallen zelfs een automatisme. Al is het niet louter een passieve activiteit. Soms moet je gericht op zoek naar beelden.  Dan heb je vaak technische vaardigheden nodig, zoals specifieke visuele informatie op het internet zoeken (surfen, navigeren ...)  Daarnaast gaat het om de keuze om beelden al dan niet op te nemen, er aandacht aan te geven, ze te herkennen en ze op een specifieke manier op te slaan (bv. in je herinnering).

Competentie 2: Beelden verkennen en gebruiken

Je hersenen koppelen beelden aan eerdere waarnemingen of bestaande kennis. De mogelijkheden ervan worden zo verder verkend. Zo is exploreren een creatieve competentie die bijvoorbeeld ook fantaseren op basis van beelden bevat.

Beelden fysiek gebruiken gaat om het toepassen van beelden op diverse dragers om een doel te bereiken. Zo kun je bijvoorbeeld een betoog stofferen of illustreren met beelden, een boodschap aantrekkelijker maken, een kunstzinnige uitdrukking geven aan een eigen gevoel, beelden bewerken om tot nieuwe beelden te komen ...

Competentie 3: Beeldtaal ontwikkelen en toepassen

Om inzicht te krijgen, niet alleen in één enkel beeld, maar vooral in de stroom van beelden en hun samenhang, doen we aan het interpreteren, classificeren, abstraheren en conceptualiseren van beelden. Je kunt dat zien als het leren gebruiken van het vocabularium en de grammatica van de beeldtaal.

Competentie 4: Beelden analyseren en beeldcultuur

Om de onderliggende principes van een beeld te begrijpen moet je de context ervan kennen. Wat zijn de motieven van de maker van het beeld? Een goede analyse van beelden leert je bijvoorbeeld beseffen dat een kunstenaar andere motieven heeft om een beeld te maken en te gebruiken dan een commercieel bedrijf.

Op basis van die analyse moeten leerlingen in staat zijn de betekenis van beelden in te zien en aan beelden betekenis toe te kennen (ook wel: de semantiek van het beeld). Dat omvat competenties zoals het historisch besef van de waarde en betekenis van beelden, het uitdrukken en onderbouwen van de eigen voorkeur en waardering van een beeld, inzicht hebben in de sociale conventies en symbolische waarde van beelden, het kunnen evalueren van beelden volgens verschillende modellen en structuren ...

Lees meer over